De UvA begrijpt het

22 oktober 2026

Onlangs gaf ik een college pleitvaardigheden aan derdejaars rechtenstudenten. Voordat ik begon, vroeg ik hun vriendelijk of ze hun laptops wilden dichtklappen en opbergen. Het was meteen een introductie op mijn college. Wie pleit of presenteert, moet de aandacht van zijn publiek krijgen, vasthouden en uiteindelijk belonen. Met een scherm ertussen wordt dat er niet makkelijker op. Ik moest eraan denken toen ik afgelopen week in de Volkskrant las dat studenten van een opleiding aan de Universiteit van Amsterdam tijdens colleges geen laptops of telefoons meer mogen gebruiken. Ze moeten weer met pen en papier aantekeningen maken. Een stap terug, zullen sommigen denken. Wat mij betreft heeft de UvA het goed begrepen.

Aandacht kun je niet helemaal afdwingen, maar je kunt wel voorkomen dat die voortdurend wordt gekaapt. De keuze voor pen en papier heeft bovendien mogelijk nog een ander voordeel. Onderzoek laat zien dat studenten die met pen en papier aantekeningen maken, gemiddeld iets beter scoren op toetsen dan studenten die typen. Vooral wanneer ze moeten laten zien dat ze de stof echt begrijpen en kunnen toepassen. Het verschil is niet groot, maar de mogelijke verklaring is interessant. Wie typt, kan bijna letterlijk vastleggen wat een docent zegt. Wie met de hand schrijft, moet vaker selecteren, samenvatten en bedenken wat belangrijk is. Dat stimuleert een actievere verwerking van de informatie. En laat dat nu precies zijn waarvoor je naar een college komt. Niet om zo veel mogelijk woorden vast te leggen, maar om iets te begrijpen en te onthouden.

 

Ons brein is dol op nieuw

In Het advocatenbrein beschrijf ik aandacht als een schijnwerper. Waarop die gericht staat, nemen we bewust waar. Wat daarbuiten valt, ontgaat ons grotendeels. Informatie die onze aandacht niet krijgt, kunnen we ook niet goed verwerken en onthouden. Een docent kan zijn verhaal nog zo goed voorbereiden, maar wie ondertussen zijn mail leest, mist onvermijdelijk een deel. We denken graag dat we beide tegelijk kunnen. Luisteren en een bericht beantwoorden. Een betoog volgen en even iets opzoeken. Maar bij activiteiten die bewuste aandacht vragen, zijn we vooral aan het wisselen tussen taken. En iedere keer missen we iets. Soms een bijzin. Soms precies het argument waarop de rest van het verhaal berust. Dat is niet alleen een studentenprobleem. Ik ken weinig professionals die nooit tijdens een overleg hun mail bekijken. Zelfs als we oprecht geïnteresseerd zijn, is het lastig de verleiding van een nieuw bericht te weerstaan. Die aantrekkingskracht heeft oude wortels. Voor onze verre voorouders kon nieuwe informatie wijzen op voedsel of gevaar. Alertheid vergrootte hun overlevingskansen. Ons brein beloont het ontdekken van nieuwe informatie onder meer met dopamine, waardoor we telkens nieuwe prikkels opzoeken. Het internet, onder meer in de vorm van sociale media, speelt daar goed op in. Iedere melding of link biedt weer iets nieuws. Zo raken we gewend aan het voortdurend verplaatsen van onze aandacht, terwijl iets echt tot ons door laten dringen en begrijpen juist vraagt dat we ergens langer bij blijven.

 

De omgeving helpt mee

In mijn nieuwe boek, Op kantoor in de advocatuur, ga ik uitgebreider in op de invloed van de omgeving op ons gedrag. We spreken mensen graag aan op hun discipline. Ze moeten beter opletten, zich minder laten afleiden en hun telefoon negeren. Vroeger vonden we het wellicht vooral onfatsoenlijk om tijdens iemands verhaal met iets anders bezig te zijn. Tegenwoordig lijkt het haast normaal. Maar het is te makkelijk om het probleem alleen bij goede manieren of wilskracht neer te leggen. Wie met één klik zijn berichten kan openen, moet telkens opnieuw de verleiding weerstaan. Waarom zouden we daarop blijven vertrouwen als we de afleiding ook kunnen wegnemen? In een theater vinden we het heel normaal dat telefoons uitgaan. Niet omdat theaterbezoekers meer zelfbeheersing hebben, maar omdat we daarover afspraken maken. Zo’n afspraak is bij een college, training of vergadering ook heel redelijk.

 

Ook de spreker heeft een opdracht

Daar staat iets tegenover. Wie vraagt om onverdeelde aandacht, moet zorgen dat die niet wordt verspild. Een uur lang slides voorlezen en daarna klagen dat studenten afhaken, vind ik moeilijk te verdedigen. Andersom doet het ook iets met degene die spreekt. Ik merk dat zelf wanneer ik enthousiast een verhaal vertel en iemand zijn telefoon pakt. Je ziet de aandacht verdwijnen en voelt je eigen energie afnemen. Aandacht werkt twee kanten op. Ook het enthousiasme van de spreker wordt gevoed door de betrokkenheid van zijn publiek. Precies dat probeerde ik de studenten mee te geven. Een advocaat die wil overtuigen, kan niet volstaan met juridisch gelijk hebben. Hij moet begrijpen wat degene tegenover hem al weet, waarover die twijfelt en waarom zijn verhaal ertoe doet. Dat geldt buiten de rechtszaal net zo goed. In colleges, vergaderingen en gesprekken komen we samen om elkaar iets te vertellen, te vragen of te leren. Als iedereen intussen in zijn eigen scherm verdwijnt, zijn we wel bij elkaar, maar bereiken we elkaar nauwelijks.

 

We kunnen blijven klagen dat mensen niet meer opletten. We kunnen ze ook helpen om dat wel te doen. Door afleiding te beperken, aandacht serieus te nemen en ervoor te zorgen dat wat we vertellen de moeite waard is om naar te luisteren.

 

Bronnen

Bromberg-Martin, E. S., Matsumoto, M., & Hikosaka, O. (2010). Dopamine in motivational control: Rewarding, aversive, and alerting. Neuron, 68(5), 815–834. 

Carr, N. (2010). The shallows: What the Internet is doing to our brains. W. W. Norton & Company.

Epipheo. (2013, 6 mei). What the Internet is doing to our brains [Video]. YouTube. 

Ernst, D., Becker, S., & Horstmann, G. (2020). Novelty competes with saliency for attention. Vision Research, 168, 42–52. 

Flanigan, A. E., Wheeler, J., Colliot, T., Lu, J., & Kiewra, K. A. (2024). Typed versus handwritten lecture notes and college student achievement: A meta-analysis. Educational Psychology Review, 36, artikel 78. 

Laptops de collegezaal uit: UvA-studenten moeten gewoon weer pennen. (2026, 17 oktober). de Volkskrant. 

Monsell, S. (2003). Task switching. Trends in Cognitive Sciences, 7(3), 134–140. 

Mueller, P. A., & Oppenheimer, D. M. (2014). The pen is mightier than the keyboard: Advantages of longhand over laptop note taking. Psychological Science, 25(6), 1159–1168. 

Ter Huurne, M. (2023). Het advocatenbrein: Psychologie voor juristen. Boom juridisch.

Ter Huurne, M. (2026). Op kantoor in de advocatuur: Hoe advocaten beter kunnen werken, samenwerken, leren en leidinggeven. Boom juridisch.