Mits goed gemanaged, is ambitie allesbehalve een vloek

29 juni 2018

Urenfabrieken zijn het, apenrotsen waarin je je plaats moet weten. Er wordt nachtenlang doorgewerkt en omgangsvormen zijn hard. Al jaren doen dit soort verhalen over advocatenkantoren de ronde. Toch vindt het merendeel van de huidige rechtenstudenten dit carrière pad nog steeds aantrekkelijk. Zijn deze studenten dom? Nee, dom niet, hoogstens naïef en overmatig optimistisch. En dat is geen wonder, want rechtenstudenten hebben, zoals de meeste mensen, positieve illusies over zichzelf en de wereld waarin zij leven.

Mensen hebben over het algemeen een bovengemiddeld positief beeld van zichzelf en denken dat zij in hoge mate kunnen controleren wat er met hen gebeurt. Dit terwijl inmiddels in talloze onderzoeken is aangetoond dat wij ons voor een groot deel laten leiden door ons onderbewuste. We zijn daardoor extreem beïnvloedbaar.

Ook blijken wij ons schuldig te maken aan onrealistisch optimistisme over onze toekomst. ‘Ik niet hoor!’, denk je nu. Jawel, jij ook. Juist doordat je denkt de uitzondering op de regel te zijn. En gelukkig doen de meesten van ons dit. Want stel je voor dat we het allemaal minder rooskleurig bekeken? Dat we ons overgaven aan het idee dat het wel eens slecht kan lopen met ons in dit leven en dat we daar weinig controle over hebben? Dat biedt een neerslachtig beeld. Het drukt iedere vorm van enthousiasme voor het leven de kop in. En dat is niet wat je wilt.

Dus alle lof voor de huidige generatie rechtenstudenten. Houd dat enthousiasme vast! Wentel je in de gedachte dat straks de wereld aan jouw goed gepoetste, modieuze schoenen ligt. Hoe je met de rest moet dealen zal zich vanzelf wijzen, toch?

 

Ambitie

In de eerste aflevering van de BNNVARA serie Zuidas wordt direct een treffende verklaring gegeven voor bovengenoemd enthousiasme. Het enthousiasme komt voort uit een eigenschap die alle advocaten zouden hebben, namelijk ambitie. Hoofdrolspeler managing partner Rudolf van de Sande Grinten (gespeeld door acteur Mark Rietman) noemt het een vloek, die de advocaat alle grenzen doet overschrijden.

Volgens de Van Dale is de vertaling van ambitie ‘streven; = eerzucht’. Dan klinkt enthousiasme toch prettiger. Een meer concrete definitie van het begrip ambitie is: ‘Ernaar streven hogerop te komen in de organisatie; gedrag vertonen dat erop is gericht carrière te maken en succes te boeken. Zich moeite geven zichzelf te ontwikkelen om dit te bereiken’. Waarom willen mensen hogerop komen in organisaties, carrière maken en succes boeken? En waarom wordt deze eigenschap zo expliciet aan de advocaat verbonden?

We weten inmiddels dat ambitie niet enkel door materieel gewin kan worden verklaard. In menig onderzoek is aangetoond dat boven een bepaald bedrag – om en nabij € 75.000 per jaar – geld niet extra gelukkig maakt. Het is dus meer dan dat.

Het is meer intrinsiek, oftewel intern gedreven. Ook dit heeft te maken met onze behoefte aan een positief zelfbeeld. De meeste mensen willen zichzelf beschouwen als goed en competent. We worden ook steeds meer opgevoed met de opdracht ons te ontwikkelen, met het denkbeeld dat we alles kunnen worden wat we willen, als we onze best maar doen. We leren dat we kansen moeten pakken. En als je dan die studie hebt voltooid en de weg naar die carrière ligt open, dan is de keuze snel gemaakt.

En ja, de status die de advocaat, ondanks alles, nog altijd geniet, speelt een rol. De aantrekkingskracht van status is een evolutionair gegeven. Kunnen zeggen dat je advocaat bent doet het goed op feestjes en partijen. De apenrots maakt stiekem wel indruk. Het zou echter aan het individu van de advocaat moeten liggen of dit terecht is.

Als je het mij vraagt is de advocatuur op zichzelf een goede keuze. Mits goed gemanaged, is ambitie absoluut op haar plek in de advocatuur. Mits goed gemanaged is ambitie allesbehalve een vloek. Mits goed gemanaged draait ambitie uiteindelijk niet alleen om het hogerop komen in de organisatie, maar vooral om enthousiasme. De essentie van ambitie is enthousiasme dat wordt beloond en vervolgens wordt versterkt. Dit is een cyclus die substantieel bijdraagt aan geluk.

Hoe moet dat dan worden gemanaged? Waar moet op in worden gezet voor de juiste ontwikkeling van de advocaat?

 

Vaardigheden van een advocaat

Een goede advocaat heeft kennis van zaken. Dat spreekt voor zich. De basiskennis is vergaard tijdens de rechtenstudie. De verdieping daarvan start bij aanvang van het vak en duurt levenslang voort. Een advocaat zal toegewijd moeten zijn aan dit levenslang leren. Dat is mooi, dat is zelfs fantastisch, want dit soort leren draagt substantieel bij aan het hebben van een goed en gelukkig leven.

Het is niet zozeer onze formele opleiding die tot geluk leidt, maar juist het ‘learning on the job’ en het dagelijkse, informele leren. Dat soort leren blijkt daadwerkelijk verrijkend en doet ons welzijn goed. Toewijding hieraan is dus ten zeerste aan te bevelen. Toewijding impliceert dat de advocaat zichzelf moet kunnen sturen en motiveren. Zelfsturing en zelfmotivatie vinden hun basis in ambitie en het zijn vaardigheden die versterkt kunnen worden met management, training en coaching.

Dit geldt ook voor de andere vaardigheden waarover een advocaat moet beschikken. En dat zijn er behoorlijk wat. Een advocaat moet effectief communiceren, overtuigingskracht hebben, analytisch denken, veerkrachtig zijn, integer zijn, strategisch kunnen denken over de belangen van cliënten, leiding kunnen nemen, probleemoplossend vermogen hebben, in teamverband kunnen werken, projecten kunnen managen, vertrouwen kunnen opbouwen, zich verantwoordelijk voelen, cijfermatig inzicht hebben, risico’s kunnen managen en doordrongen zijn van zijn of haar bijzondere positie in het rechtsbestel.

Het is een overvolle gereedschapskist. Het kost tijd, energie en volharding hem te vullen en vervolgens nog meer tijd, energie en volharding om uit de voeten te kunnen met al dat gereedschap. Maar eenmaal zover maakt niemand je meer wat. Zet jou op een willekeurige klus, hoe ingewikkeld ook, en je zal hem klaren.

Nog één belangrijk detail: de evolutie heeft ons van apenrotsen af doen komen. Hoewel hiërarchie nog steeds bij onze soort past en we er goed in functioneren, loont het niet om ons verheven te voelen. Degene die zich echt optimaal ontwikkelt en zich blijft ontwikkelen, houdt zijn of haar ego in toom. De beste advocaten vullen de ruimte niet met zichzelf, maar weten juist plaats te maken voor de ander.

 

Randvoorwaarden

Kortom, de advocatuur is, in potentie, een broedplaats voor topprofessionals. Niet zonder meer echter, zo blijkt. In de advocatuur bezwijkt een bovengemiddeld aantal mensen onder stress. Dit openbaart zich vaak al tijdens de beroepsopleiding, dus in de eerste drie jaar van de loopbaan. Daarmee gaat een bak talent onnodig verloren.

Wat kunnen kantoren doen om dit verlies tegen te gaan? Ze kunnen erop inzetten enthousiasme te belonen en de randvoorwaarden creëren die de advocaten nodig hebben om zich te ontwikkelen. Deze zullen zich het beste ontwikkelen als zij van meet af aan een bepaalde mate van autonomie, bekwaamheid en verwantschap ervaren. Geef hen de ruimte zelfstandig te werken, zonder hen volledig in het diepe te gooien, maar steun hen in zelfstandigheid (autonomie).

Geef hen ook de gelegenheid competenter te worden en bevorder geloof in eigen kunnen (bekwaamheid). En ten slotte, stimuleer onderlinge connectie tussen peers, maar ook tussen verschillende hiërarchische ‘lagen’ (verwantschap). Wie het gevoel heeft ‘in control’ te zijn en daarnaast beschikt over een gezonde dosis zelfvertrouwen, kan tot ongekende hoogte stijgen. Prettige omgangsvormen en goed onderling contact bevorderen veerkracht en houden het daarnaast gewoonweg gezellig.

Het is allemaal geen hogere wiskunde. Toch gaat het blijkbaar in veel gevallen (nog) niet goed. Niet-uitnodigende verhalen blijven de ronde doen en lijken zelfs toe te nemen.

Uit het voorgaande mag blijken waarom geschikte kandidaten de keuze voor de advocatuur kunnen maken. Het is een zeer aan te bevelen keuze. Dat neemt niet weg dat te veel enthousiastelingen nog bedrogen uitkomen. Dit resulteert erin dat ooit ambitieuze, jonge high potentials een illusie armer zijn, met alle negatieve gevolgen van dien.

Een gemis voor hen, een gemis voor de arbeidsmarkt en een gemis voor de maatschappij. Daar is iets aan te doen. En dat is geen illusie, maar puur enthousiasme.

 

Relevante literatuur

Aronson, E., Wilson, T., Akert, R. & Sommersm R. (2018). Sociale psychologie (9e editie). Pearson Benelux.

Creo, R. A. (2015). The Good Work of Lawyers for Others and Ourselves. Pennsylvania Lawyer.

van Damme, E. (2016). Drijfveren van de mens. Economisch Statistische Berichten, 101(4732), 269-269.

Doraisamy, J. (2015). The Wellness Doctrines: For Law Students & Young Lawyers. Jerome Doraisamy.

Jebb, A. T., Tay, L., Diener, E., & Oishi, S. (2018). Happiness, income satiation and turning points around the world. Nature Human Behaviour, 2(1), 33.

Makridakis, S., & Moleskis, A. (2015). The costs and benefits of positive illusions. Frontiers in psychology, 6, 859.

Michalos, A. C. (2017). Education, happiness and wellbeing. In Connecting the Quality of Life Theory to Health, Well-being and Education (pp. 277-299). Springer, Cham.

R.H. Mulder (2011). ‘t Wordt tijd dat ik de leiding neem. Van Gorcum B.V.

Foley, T., Holmes, V., Tang, S., & Rowe, M. (2015). Helping Junior Lawyers Thrive. Law Institute Journal, pp. 44-47; ANU College of Law Research Paper No. 15-22.

Sedikides, C., Gregg, A. P., & Hart, C. M. (2008). The importance of being modest. Sedikides, Constantine (Ed); Spencer, Steven J. (Ed). The self, Frontiers of social psychology (pp. 163-184).

Taylor, S. E., Kemeny, M. E., Reed, G. M., Bower, J. E., & Gruenewald, T. L. (2000). Psychological resources, positive illusions, and health. American psychologist, 55(1), 99.

Van Vugt, M., & Ahuja, A. (2011). De natuurlijke leider. Lev..

http://vandale.nl/gratis-woordenboek/nederlands/betekenis/ambitie#.WsKNwE1lLIU opgehaald op 2 april 2018.

https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2017/14/beroep-en-werkdruk opgehaald op 11 april 2018.

 

Dit essay is op 28 juni 2018 gepubliceerd in Advocatie Magazine