Ze willen best hard werken

15 oktober 2026

Jonge juristen lijken best bereid om hard te werken. Ze zijn alleen minder bereid om te accepteren dat hun werk structureel bepaalt hoeveel ruimte er overblijft voor de rest van hun leven. Dat is wat bij mij blijft hangen na het lezen van het artikel in Advocatie over de Legal Talent Survey 2026. Daaruit blijkt dat 84 procent van de ondervraagde rechtenstudenten serieus overweegt om in de advocatuur te beginnen. Tegelijkertijd zegt 58 procent waarschijnlijk eerder bij een werkgever te vertrekken wanneer het werk in de praktijk te veel ten koste gaat van het privéleven. Die twee cijfers lijken misschien met elkaar te botsen. Volgens mij doen ze dat helemaal niet.

Ik hoor de eerste verzuchting al: “Daar heb je die nieuwe generatie weer. Ze willen advocaat worden, carrière maken en zich ontwikkelen, maar het moet allemaal wel een beetje leuk blijven.” Volgens mij lezen we de cijfers dan verkeerd. Want diezelfde studenten vinden carrièreperspectief steeds belangrijker. Goede opleiding en begeleiding staan hoog op hun verlanglijst. Een bonus kan ze minder bekoren. En ze willen ook helemaal niet massaal thuis achter hun laptop zitten. Twee derde wil hooguit één of twee dagdelen thuiswerken en bijna een op de vijf zelfs helemaal niet. Ze willen dus wel degelijk naar kantoor, ze willen leren en ze willen vooruit. En kennelijk willen ze nog steeds heel graag advocaat worden. Ze willen alleen niet alles ervoor opofferen. Dat is iets anders dan een gebrek aan ambitie.

 

Wat mensen nodig hebben

Jaren geleden schreef ik al in dezelfde Advocatie dat ambitie binnen de advocatuur allesbehalve een vloek is, mits zij goed wordt gemanaged. De advocatuur heeft namelijk bijna alles in huis om mensen enorm te motiveren. Het werk is inhoudelijk uitdagend, je kunt er steeds beter in worden en er ligt een duidelijk carrièrepad. Je werkt met slimme mensen en krijgt al relatief jong veel verantwoordelijkheid. Dat kan buitengewoon motiverend zijn. Maar precies dezelfde omgeving kan ook de verkeerde kant op werken. Wie de uitkomsten van de Legal Talent Survey naast de zelfdeterminatietheorie legt, ziet eigenlijk meteen waarom. Mensen floreren wanneer drie psychologische basisbehoeften voldoende worden vervuld, namelijk autonomie, competentie en verbondenheid. En laat dat nu precies zijn waar studenten het over hebben. Dat sfeer en collega’s op één staan, wijst op hun behoefte aan verbondenheid. Het belang dat zij hechten aan carrièreperspectief en opleiding sluit aan bij hun behoefte aan competentie. En achter hun zorgen over de werk-privébalans schuilt de behoefte aan autonomie. Heb ik nog enige invloed op hoe mijn werk en mijn leven zich tot elkaar verhouden?

 

Het is dus misschien helemaal niet zo ingewikkeld. In Het Advocatenbrein beschrijf ik hoe sterk de omgeving waarin we werken ons functioneren beïnvloedt. In mijn tweede boek, Op kantoor in de advocatuur, dat in november van dit jaar verschijnt (primeur!), ga ik nog een stap verder. Want een kantoor is niet alleen een gebouw waarin een verzameling individuele advocaten dossiers behandelt. Het is ook een sociale omgeving. Daar leren mensen hoe je je hoort te gedragen, wat hier als succes geldt, wanneer je goed genoeg bent, of je fouten mag maken en of het verstandig is om te zeggen dat iets je te veel wordt.

 

Wat je laat zien, telt

Juist jonge advocaten leren voortdurend van wat ze om zich heen zien. Je kunt als kantoor dus wel zeggen dat welzijn belangrijk is. Maar als degene die iedere avond tot elf uur doorwerkt de meeste waardering krijgt, is de werkelijke boodschap een andere. Je kunt zeggen dat ontwikkeling centraal staat. Maar als een medewerker vooral stukken produceert, weinig inhoudelijke feedback krijgt en pas bij de jaarlijkse beoordeling hoort wat beter had gemoeten, is opleiding vooral iets voor op de website. En je kunt een prachtig verhaal over purpose formuleren. Maar betekenis ontstaat niet uit een kernwaardenposter naast het koffieapparaat. Mensen ervaren betekenis als ze begrijpen waaraan ze bijdragen, verantwoordelijkheid krijgen en merken dat hun werk ertoe doet.

 

De advocatuur hoeft zichzelf echt niet opnieuw uit te vinden als wellnessresort. Het vak is soms gewoon zwaar. Een kort geding houdt geen rekening met een etentje. Een cliënt met een acuut probleem evenmin. Deadlines bestaan en topprestaties vragen soms buitengewone inspanning. Daar is volgens mij ook weinig mis mee. De relevante vraag is niet of jonge advocaten bereid zijn hard te werken. De vraag is of zij bereid zijn structureel de rekening te betalen van een werkomgeving die onvoldoende rekening houdt met hoe mensen optimaal functioneren. Daar lijken steeds meer studenten al over na te denken voordat ze beginnen. Misschien is dat geen ontwikkeling waar de advocatuur zich zorgen over moet maken. Misschien moeten kantoren er juist blij mee zijn. Want mensen die willen leren, carrière willen maken, graag met collega’s naar kantoor komen en nadenken over hoe zij dat langdurig kunnen volhouden, klinken mij behoorlijk ambitieus in de oren.

 

Bronnen

Advocatie Redactie. (2026, 30 september). Jonge juristen kiezen advocatuur, maar twijfels nemen toe. Advocatie.

Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2000). Self-determination theory and the facilitation of intrinsic motivation, social development, and well-being. American Psychologist, 55(1), 68–78. 

Ter Huurne, M. (2018, 29 juni). Mits goed gemanaged, is ambitie allesbehalve een vloek. Marloes ter Huurne. Oorspronkelijk gepubliceerd in Advocatie Magazine.

Ter Huurne, M. (2023). Het advocatenbrein: Psychologie voor juristen. Boom Juridisch.

Ter Huurne, M. (2026, november). Op kantoor in de advocatuur: Hoe advocaten beter kunnen werken, samenwerken, leren en leidinggeven. Boom Juridisch.